Dat Klopt | Hoofdstuk 2

Dat Klopt | Hoofdstuk 2

We zwoegen door tot middernacht, net zoals de afgelopen dagen. De tijd dringt, de deadline haalt ons bijna in. Na het tekenen van alle contracten die volgden op de overeenkomst, zijn Lotte en ik dag en nacht bezig om alles volgens voorschrift over te kunnen dragen. Als we dit zo correct mogelijk doen, zijn we er waarschijnlijk op de snelste én de meest elegante manier vanaf. Met twee perfectionisten, ieder op haar eigen vlak, halen we op deze manier behoorlijk wat extra werk op onze hals. Dat moet dan maar. Het is zowel Lotte‘s als mijn eer te na om dit niet tot in de puntjes te regelen.

We hebben aan weinig woorden genoeg en begrijpen elkaar feilloos. Onze intentie is hetzelfde. Een moment dwalen mijn gedachten af; hoe bijzonder dat je zo goed met iemand kunt samenwerken. Dit vergt inzet en betrokkenheid van beiden, willen begrijpen waar de ander op doelt, ook al is het soms kort of onafgemaakt. Een heerlijke flow, prachtig.

Lotte schuift een stapeltje papieren onder mijn neus. ‘Ahhh, nee! Ik dacht dat we dit destijds volledig afgerond hadden? Dat incassobureau heeft toch bakzeil gehaald, hun aanklacht was toch nergens op gebaseerd?’ vraag ik haar.

‘Maar dat is nooit bevestigd,’ zegt Lotte. 

Pffff… Opgelucht haal ik adem.

‘Okay, is dat het, daar maak ik mij geen zorgen over, dan kunnen we dat wel opbergen.’

Weer een ordner doorgewerkt, we zijn net over de helft van hetgeen we moeten doen en hebben nog drie van de zes dagen over. Er mag niets onverwachts gebeuren, want dan loopt dit mis. Alle maanden voorbereiding en contracten ten spijt. Ik duw de gedachten ver weg.

‘Weg, weg, positief denken, het lukt!’

Zo herpak ik mijzelf na een korte dip, het gevolg van heel veel intensief werk en weinig slaap.

De medewerkers weten nog van niets. Dat voelt niet fijn, maar contractueel kon ik het niet anders voor elkaar krijgen met de nieuwe partij. Die wilden per se pas na de daadwerkelijke overname het nieuws naar buiten brengen. Voor onze vijfendertig medewerkers durfde ik mijn hand niet in het vuur te steken. Als één van de mensen zijn mond voorbij zou praten of boos naar buiten zou treden, zou de deal weg zijn.

De spanning is hoog. Gelukkig is het een magere productieweek, alles gaat zijn gangetje in de kamers achter de deuren grenzend aan ons kantoor. Gek genoeg komt niemand iets vragen. Ook de receptioniste heeft “toevallig” de hele week niets nodig uit het archief of de administratiemappen. Ik schiet een bedankje naar boven. Ongericht, hopend dat het goed aankomt. Het moet zo zijn dat onzichtbare krachten ons helpen.

Het is onvoorstelbaar, op dag vier pakken we de laatste mappen op. We hebben enkele flinke slagen kunnen maken, waardoor het opeens in een stroomversnelling kwam.

‘Nu red ik het wel,’ zegt Lotte, ‘ga jij maar naar het regiokantoor, daar is het nu wel de tijd voor.’

Mijn hart krimpt ineen. Dit moet, er was geen andere optie.

Voor alle medewerkers is een regeling getroffen. Iedereen krijgt een flinke bonus en daarnaast een langere periode het salaris doorbetaald om een andere baan te kunnen vinden. De twee “bijna”- pensionado’s krijgen compensatie, zodat zij gelijk aan hun vrije tijd kunnen beginnen. Zij zijn de enige die blij zullen zijn met het nieuws. Voor de overige voel ik pijn. Het is mijn beslissing, niet die van hen, om mijzelf los te maken uit al mijn ketens. Los van alles, los van verplichtingen, maar ook los van zekerheden. Dat ik hier ook zelf een groot risico mee neem, zal hen wellicht niet interesseren en dat begrijp ik. Zij, of de meesten van hen, verkeren ergens in hun proces van vertrouwen in werk, gezin, hypotheek en vaste patronen. Het fundament onder hun bestaan ga ik morgen wegslaan. Het doet pijn, maar het was onoverkomelijk. Ik heb echt alles gedaan om het zo goed mogelijk voor hen te regelen, maar uiteindelijk zullen zij het niet zo ervaren. Dat kan ik ook niet van hen verwachten.

Vrijdagochtend is aangebroken, door de rustige week is iedereen “bij” met werk.

‘Het ideale moment voor de overdracht,’ schiet het door mijn hoofd. Tegelijkertijd vraag ik mij af of dit wel gepast is om te denken. Ratio en emotie, wat zijn het toch bitches wanneer ze elkaar bevechten.

 

Ik loop een rondje door het bedrijf en strooi rond dat ik tijdens de koffie iets wil mededelen.

Niemand kijkt ervan op, dit soort meldingen doe ik wel vaker. Hier en daar zie ik een opgetrokken wenkbrauw, de echte die hards weten dat ik belangrijke mededelingen altijd ook langer tevoren aankondig in de interne nieuwbrief. Het blijft rustig en om 10.30, als iedereen de koffie op heeft, zet ik de projector aan en pak de microfoon. Die projector is eigenlijk nutteloos. Ik heb één sheet met ons logo en de volgende met het logo van de partij die ons overneemt. Voor velen “de vijand”, maar goed, het voelt wel vertrouwd om hier te staan en ik merk nog geen argwaan als ik begin.

Spreken voor publiek is voor mij even makkelijk als tegen mijn buurvrouw. Inmiddels ben ik zo ervaren, dat ik zelfs de ademhalingsoefeningen die ik vroeger deed als ik de bühne op moest, al over kan slaan. Ik klik de eerste sheet met ons logo het beeld in en vertel:

‘Dit logo staat voor ons bedrijf, waar we allemaal met toewijding werken en dat ik vijftien jaar geleden vanuit mijn hart heb opgericht. In de afgelopen jaren hebben we een enorme groei doorgemaakt. Wij weten allemaal dat ik altijd streefde naar meer of beter en de wereld over jaagde op zoek naar mooie, nieuwe opdrachten. Opdrachten die jullie dan weer vol overgave wisten te volbrengen. Dat ik, met behulp van jullie en jullie mogelijke voorgangers, het resultaat van dit florerende bedrijf heb kunnen bereiken, vervult mij met trots. Trots op dit mooie team en trots op de spirit. Daarvoor eerst een welgemeend: dank jullie wel!’

Een luid applaus breekt los. Ik voel mij bezwaard door de kennis van hetgeen ik nu nog moet vertellen. Ik wéét dat de mensen naar een stralend persoon kijken, toch voel ik mij dat allerminst.

‘…Spirit, het woord heeft veel in zich. Zoals de laatste jaren in de goede gesprekken met jullie vaak naar voren is gekomen, is “spirit”, of noem het energie en de herkomst ervan, voor mij een belangrijke leidraad in mijn zakelijk en persoonlijk leven. Hierdoor werd ik mij meer en meer bewust dat mijn zakelijke drive mij niet zou leiden naar het pad van ontwikkeling dat mij persoonlijk boeit. Hoe zeer ik mijn mooie auto ook koester (gegniffel in de zaal), het leven gaat over andere waarden dan dat. Velen van jullie weten dat. Ook jullie paden zijn tot op heden niet allemaal over rozen gegaan.

Zoals jullie weten heb ik de laatste jaren afscheid moeten nemen van vele van mijn dierbare naasten. Hierbij heb ik mij vol overgave ingezet om het afscheid en het proces van het missen een positieve wending te geven. Met sommigen van jullie heb ik hier diepgaande gesprekken over gehad. Het leven raakt ons, het raakt mij. Wat is de zin van alles wanneer je niet volledig bewust bent waarom je iets doet en wanneer?

Die ruimte voor bewustwording is er niet wanneer je een bedrijf zoals dit moet leiden. Het bedrijf leidde mij, dat weten jullie ook. Ik heb gesurft op de hoogste golven en heb altijd alles aan de kant gezet om dit een succes te laten worden. Dit, ten koste van mijn persoonlijke leven en voorkeuren.’

‘Oh, nee he?!’ Elly, onze kwaliteitsbewaakster, slaakt een kreet.

‘Ja, El, ik denk dat het “O, ja” is in dit geval. Je hebt het waarschijnlijk goed; de tijd is aangebroken dat mijn ware leven gaat beginnen.’

Sommige medewerkers kijken elkaar vragend aan, maar met mijn getrainde oog voor detail zie ik aan veel gezichten dat ze voelen dat er belangrijks gaat komen. De meesten ken ik meer dan tien jaar, lang genoeg om elkaar behoorlijk te kunnen doorgronden.

‘Vertel het maar,’ zegt een van hen.

Het is Arie, een potige boerenzoon. Nooit zo tactisch, maar met een uiterst fijnzinnige intuïtie.

‘Ja Arie, ik denk dat je gelijk hebt. Het moment is gekomen om jullie te vertellen dat er grote veranderingen plaats gaan vinden. Ik heb gekozen voor een nieuw stadium in mijn leven; dat van persoonlijke ontwikkeling. Dat heeft, zoals jullie begrijpen, consequenties voor het bedrijf en voor jullie.’

‘Wie wordt onze nieuwe directeur?’ roept een uitzendkracht.

Eigenlijk hoort hij hier niet, maar ja, van te voren was moeilijk uit te leggen dat hij niet naar binnen zou mogen.

Voorzichtig zeg ik: ‘Inderdaad, er komt een nieuwe directeur, maar dat zal niet jullie directeur zijn.’

Meteen daarna pak ik door met mijn tekst die ik deze ochtend snel voorbereid heb en nog vers in mijn geheugen aanwezig is. Ik heb er goed over nagedacht. ‘Het bedrijf is overgenomen door Spencer Inc., een grote Engelse private equity onderneming die internationaal investeert in bedrijven die zich bezighouden met digitale mediaontwikkelingen. Zij hebben veel ervaring met het in korte tijd groter maken van middelgrote spelers, om bedrijven daarna samen te voegen of door te verkopen aan internationale mediamagnaten.’

‘En als wij dat niet willen?’

Victor is een goeierd, maar altijd een beetje tegendraads.

‘Jullie hebben dit keer niets te willen, hoe onaardig dit ook klinkt. Jullie zijn gewend dat ik alle processen met jullie doorneem. In dit geval was het anders en betrof het mijn keuze om voor mijn eigen persoonlijke leven te gaan, daarom heb ik besloten om het bedrijf te verkopen. Eén van de overnamevoorwaarden van Spencer Inc. was dat zij uitsluitend de klanten en de databestanden over zouden nemen. De personele bezetting willen zij in Engeland door eigen bedrijven laten invullen.’

Het blijft stil, oorverdovend stil.

Ik pak door (Daar is het weer! ‘Nu geen tijd voor binnenpretjes, meis. Dóór!’). ‘Omdat zij, ondanks hun aanpak, de beste overnamekandidaat waren en niet van hun voorwaarden af wilden zien, heb ik ingestemd met hun eis. Daar heb ik het niet bij gelaten. Omdat ik jullie allemaal dankbaar ben voor jullie onafgebroken inzet en betrokkenheid, heb ik een regeling getroffen met het regiokantoor voor arbeidsvoorziening. Die regeling is als volgt: voor twintig mensen is een nieuwe vacature beschikbaar, iedereen krijgt een flinke bonus en daarnaast is er een speciale voorziening voor mensen die onverwacht langer dan de normale maximumtijd van een uitkering afhankelijk zullen zijn.’

Het is nog steeds doodstil.

‘Ik heb dit zo goed mogelijk voor jullie willen regelen en daarvoor heb ik een deel van de opbrengst van de verkoop van het bedrijf beschikbaar gesteld. Uiteraard ten koste van mijn eigen deel, maar dat is niet waar het nu om gaat. Ik heb voor een ander leven willen kiezen en ik wil jullie zo goed mogelijk achterlaten.’

Het blijft stil, minutenlang. Het commentaar dat ik verwachtte, blijft uit. Het is bijna eng, zo stil. Dan staat de voorzitter van de personeelsvereniging op.

‘Jouw kennende heb je dit perfect voorbereid, ik verwacht niet dat er één punt is waarop je verzuimd hebt jouw plichten te vervullen. Ik, en ik denk iedereen met mij, ben verslagen dat ik dit bedrijf moet verlaten. Niet omdat ik boos ben, ik ben verdrietig omdat deze fijne tijd ophoudt te bestaan. Iedereen hier heeft een goed stel hersens en een gedegen opleiding, als jij ons allen voorziet van een mooi getuigschrift, dan ligt ook voor ons een nieuwe toekomst open.’

Een luid applaus stijgt op en gaat dóór. Ik weet niet wat mij overkomt. Het was alles behalve dit wat ik verwachtte. Het is mooi, een traan biggelt over mijn wang. Dat dit bestaat.

‘Dank jullie wel,’ is het enige wat mij rest te zeggen. ‘Vanzelfsprekend liggen de getuigschriften al op jullie te wachten. Laten we de rest van de dag benutten om met elkaar te praten en de laatste gegevens uit te wisselen. Wie weg wil, mag vertrekken. Laat mij je dan wel voor je gaat jouw hand schudden en bedanken, en vooral: persoonlijk geluk en ontwikkeling voor de toekomst wensen.’

Wat een wending! Ik heb behoefte om dit even met Lotte door te nemen, maar vanzelfsprekend zit zij ook in de zaal en heeft het allemaal gezien en gevoeld. In kort oogcontact wisselen we blikken uit en weten beiden dat het goed zit.

Weer schiet ik een bedankje naar boven:

‘Dank jullie wel,’ en tegelijkertijd word ik omringd door mensen die de meest uiteenlopende vragen stellen… Wat een dag!

 

Verder lezen? Klik hier voor het complete boek.

Terug naar blog